| De Maas, 805 kilometer lang,
baant zich bij onze zuiderburen moeizaam vanaf de Franse grens door de
Ardennen een weg naar het Noorden. Daar is de rivier op haar mooist en
heeft de Maasvallei samen met haar zijdalen alle ingrediënten voor een
korte, ontspannen fietsvakantie of een lang en sportief
trainingsweekend.
Spoorlijntje,
beek en weg vervlechten zich tot een heerlijk bochtige kluwen. Met
steeds de ruisende beek naast me gaat het voortdurend tunneltje in,
tunneltje uit. Als op een oude gravure imponeert links op de rotsige
dalwand de romantische kasteelruïne van Montaigle, gebouwd in de 13e
eeuw en verwoest in 1554. Aan de andere kant van de weg pronkt een bizar
beschilderd café. A Vendre, staat er al tijdenlang op dit kleurig
staaltje naïeve volkskunst te lezen. Het eind van de vallei van de
Molignée kondigt zich aan door de Benediktijner abdij van Maredsous die
hoog boven de bomen uittorent. De sobere neogothiek van de uit 1872
stammende abdij vloekt op deze zonnige weekenddag met de drukte van
motorrijders en touringcars op de grote parkeerplaats. Het abdijbrood,
de romige Maredsous kaas en vooral het donkere bier hebben landelijke
faam. In het naastgelegen etablissement klinkt het plat Vlaams van een
paar geblondeerde madammen in (nep?)bontmantels. We verlaten de vallei
op zoek naar het golvende plateau tussen Falaën en Flavion en zoals
altijd hier raak ik in verrukking van de gele kleurenpracht en de weeë
zoete geur van de immense koolzaadvelden.
Mijn Waalse achterneef Daniel Gobert, samen met Jean-Pierre Legros
auteur van het encyclopedische standaardwerk COTACOL met profielen van
1000 Belgische hellingen, gaat ons een dag later voor naar de top van de
Citadel van Namen, of beter, Namur op zijn Waals. De fraaie klim, bekend
uit de finale van de semiklassieker Grand Prix de Wallonie, is selectief
door zijn kasseien en biedt heerlijke uitzichten over de Maas. Bovenop
gekomen gidst hij ons zuidwaarts door het doolhof van de Marlagne.
Hoewel ik al vele jaren regelmatig met mijn vaste fietsmaten in deze
omgeving fiets, heb ik dit driehoekig stukje onder Namen tussen de Maas
en de Sambre nooit kunnen doorgronden. Steeds weer nieuwe afslagen nemen
we tussen bossen rijk aan edelherten, velden en meertjes en in een
doolhof van slingerend asfalt raken we ieder gevoel voor richting kwijt,
tot we plotseling bij Wépion de Maas weer zien opdoemen. ‘Zelfs op de
stafkaart met schaal 1:50.000 zijn nog niet eens alle asfaltweggetjes
ingetekend’ beweert Daniël.
Voor de rest van de Maasvallei onder Namen blijkt Michelinkaart 214
overigens toereikend, met één niet te versmaden uitzondering bij het
dorpje Crupet. Getipt door mijn achterneef ontdekten we hier ooit de
Côte d’Inzefy die op geen enkele wegenkaart te vinden is. De weidse
curve waarmee de weg omzoomd door fluitenkruid het grazige dal uitklimt
riep onmiddelijk associaties met de Jura op en sindsdien zeggen we
steevast "Zullen we vandaag de Jura doen?" als we deze helling
in de route op willen nemen. Daarna freewheelen we meestal door de
groene beschaduwde vallei van de Bocq, altijd een paar graden koeler dan
elders, omlaag naar de Maas bij Yvoir. Bij dit stadje ligt het parcours
waarop Hennie Kuyper in 1975 wereldkampioen werd. De weg waarover de
profs toen omhoog reden (de N937) is helaas een oninteressante, drukke
en brede asfaltbaan met na een steil begin bescheiden percentages. De
afdaling van toen (van Evrehailles naar Bauche) heeft ondanks het brave
percentage van 5 tot 6% heel wat meer allure met drie prachtige
haarspeldbochten in het bos die met kasseien zijn versterkt. Behalve de
lieflijke valleien van de Molignée en de Bocq zijn er meer zijdalen die
aangename fietsroutes vormen zoals die van de Leffe, Burnot en Samson.
De meest aansprekende zijrivier van de Maas is ongetwijfeld de Lesse,
waarvan de loop helaas alleen per kano of trein te volgen is. Wel kun je
vanaf Anseremme vlak onder Dinant met de fiets komen tot het schitterend
gelegen Walzin. Bij een voormalige doorwaadbare plaats in de rivier ligt
een schilderachtige boerenhoeve die vanaf de rotsen gedomineerd wordt
door het 13e eeuwse kasteel van Walzin. ‘s Zomers is het vaak
spektakel wanneer de kanovaarders, gadegeslagen door toeristen vanaf de
binnenplaats van de boerderij, slechts met de grootste moeite de lastige
stroomversnellingen weten te trotseren.
Op weg naar de grens met Frankrijk wordt de weg door de Maasvallei
zelf onder Dinant trouwens weer opvallend rustig. Misschien wel het
mooiste stuk van de hele Maasvallei is te vinden tussen Hastière en
Anseremme waar de rivier in een nauwe, bochtige passage de loodrechte
rotswanden van Freyr passeert en een enkel wat vervallen "Grand
Hotel" langs de waterkant in Waulsort aan betere tijden herinnert.
En terug in Dinant moet er natuurlijk geproefd worden van de zoete
wafels bij een van de kramen langs de Maaskade. ‘Hier spreekt men
Vlaams’ ;althans de Walen doen er hun best.
Ook
de liefhebbers van meer masochistische percentages kunnen in de
Maasvallei en direkte omgeving smullen. Jaren geleden raakte ik op de
terugweg uit Frankrijk, fietsend met volle bepakking langs de Maas, in
gesprek met een Waalse trimmer. Hij was op weg naar een in plaatselijke
wielerkringen beruchte klim bij Yvoir, de "Gayolle". ‘Elke
andere steile klim die ik fiets meet ik af aan de Gayolle’ vertelde
hij vol ontzag. Een jaar later was ik, ditmaal zonder bagage, weer in de
buurt dus moest die Gayolle er natuurlijk aan geloven. Met twee fraaie
haarspeldbochten wurmde zich een smal weggetje steil omhoog het dal van
de Bocq uit. Niet zichtbaar onderin het dal bleek het weggetje bovenin
het bos te versmallen tot een twee meter breed geteerd bospad met
verrassend oplopende percentages tot aan 19% toe. Dat heb ik, iets te
voortvarend gestart, geweten! Ik noem verder alleen nog maar de Montagne
de la Croix in Dinant (maximaal 23%) of de Triple Mur du Monty in Lustin
(maximaal 21%). Andere geduchte, maar minder steile klims zijn
bijvoorbeeld de Côte de Warnant uit de al genoemde Grand Prix de
Wallonie en de "Sept Meuses", naar het op 260 meter hoogte
gelegen uitzichtspunt over de Maasvallei bij Burnot. Je schijnt er door
het gekronkel van de rivier 7 verschillende stukken van de rivier te
kunnen zien, maar ik ben nooit verder gekomen dan 6. De details zoek je
maar na in Cotacol.
Voor het maken van lange tochten over stille wegen is vooral het
grensgebied met Frankrijk ,20 kilometer en verder onder Dinant, helemaal
tot aan de Semois ideaal. Hier ligt ook het dak van de provincie Namen,
de Croix de Scaille, 502 meter hoog. De beklimmingen zijn hier
kilometers lang, nooit echt steil en voeren door uitgestrekte en eenzame
wouden. De Maasvallei en omgeving biedt dus voor een sportief
trainingskampje als voorbereiding op het hooggebergte of een
cyclosportieve alles tussen monsterlijke "muren" en
regelmatige beklimmingen van kilometers lang 5, 6 of 7%.
|
 Praktische
info
Benodigde kaart:
Michelin nr. 534, eventueel aan te vullen met de
Geocart fietskaart 1:100.000 van de provincie Namen. In het kader van het
Projet Ravel, een project dat een netwerk van autovrije lange
afstandsroutes voor wandelaars en fietsers moet realiseren, zijn de
werkzaamheden aan het wandel/fietspad van Namen naar Dinant al flink
gevorderd. Dit maakt zoveel mogelijk gebruik van de kades in de dorpen en
de nog deels onverharde jaagpaden langs de Maas daarbuiten. Van Romereé
tot Hermeton sur Meuse (vlak onder Hastière) loopt een fietspad over het
traject van een voormalig spoorlijntje. Deze routes zijn vooral geschikt
voor kinderen en niet-racefietsers. De encyclopedie COTACOL, waarin 1000
Belgische hellingen gedetailleerd zijn beschreven is, in Nederlandse
vertaling, te bestellen bij de Fietsvakantiewinkel in Woerden (telefoon
0348-421844).
Accommodatie is er in de Maasvallei in overvloed. De campings zijn
geconcentreerd langs de Maas vooral bij Yvoir en Anhée en verder langs de
Molignée. Hotels zijn er behalve in Namen en Dinant ook in bijvoorbeeld
Yvoir, Anhée, Annevoie, Arbre, Bouvignes, Anseremme, Waulsort en Wépion.
De plaatselijke VVV’s kunnen ook bemiddelen bij de huur van een
appartement of woning.
Belgisch Verkeersbureau:
Kennemerplein 3, 2011 MH
Haarlem Tel.: 023-5344434
|